Rubrieken

 


Blad IV: 
Maar toch had Louis Couperus in dit huis, ergens in ťťn van deze kamers, in het begin van deze eeuw gelogeerd, en er zelfs de laatste hand gelegd aan een roman!...
Vage verhalen waren in omloop over fabelachtige sommen, die in vroeger jaren 'verdiend' moesten zijn met smokkelarij op de ongecontroleerde kust, ontoegankelijk geacht door koortsverwekkende moerassen.
Aan die kust moesten het merendeel van die protserige, smakeloze huizen hun ontstaan te danken hebben.
In die tijd van Modjopait en Mataram was er om het bezit van deze stad gevochten en zelfs nog in de dagen der Compagnie hadden hier gewichtige krijgsbedrijven plaatsgevonden.
Nog was de aloon-aloon wijd en prijkte met de eeuwenoude waringin in het midden.
De toren der moskee priemde er hoog in de lucht en de graven er omheen waren zeer heilig.
Alles wees erop, dat in vroeger jaren deze veste het bestaan had Soerabaia en Semarang naar de kroon te steken, maar tragisch was het verloop der dingen geweest.
H
et leven was geweken en de stad deed thans denken aan het opgegraven Pompeii of Herculanum.
Klein en zielig was ook de gedachtengang der bevolking en geen vrije geest vond daar ook maar enige ruimte ter ontplooiing.
Iedereen kende iedereen en men begluurde en bekletste elkaar, vol ziekelijk verlangen om toch zo veel mogelijk te weten van de zaken van de evennaaste.
Wie daaraan niet meedeed, werd als bij onderlinge afspraak doodverklaard en ruimde vroeg of laat het veld.
Als een geacht ingezetene op zijn schemeravondwandeling een hem onbekende Europeaan tegenkwam, dan beloerde hij deze steelsgewijs van onder zijn neergelaten oogleden en vroeg zich af, wie dat kon zijn?
Wat kwam die hier doen?
Wat had hij hier te maken?
Wie en wat zou hij zijn?
Hoeveel zou hij 'verdienen'?
En niet eer was de gemeenschap gerust, dan nadat de vreemdeling visites had gemaakt en rekenschap en verantwoording had afgelegd omtrent zijn herkomst en toekomstplannen.
Om dit alles heen ging het leven van Chinezen en Inlanders, in zijn innigste werkingen een mysterie voor het Europese deel der gemeenschap.
Wat de Chinezen betrof, was dit leven vol van verlangen naar rijkworden, vol van stapeling van klein winstje op klein winstje, stilvergenoegd, met koele, blinkende oogjes.
En soms ook weer afgewisseld door bevliegingen van parvenuachtige dikdoenerij en royaalheid, al om de rest van de wereld de ogen uit te steken en te verblinden.