Home Pasuruan

   

   Genealogie 8


De levensgeschiedenis van Louis James Eijsbroek, zoon van Jaohannes Reinhardt Hubertus Eijsbroek


Louis James Eijsbroek

Ter herinnering

Louis was ťťn van de drie zonen van Johannes Reinhardt Hubertus Eijsbroek. 
Hij was aanmerkelijk kleiner dan zijn 2 broers maar wel zo krachtig! (info Jan Eysbroek). 
Samen met zijn 2 broers werd hij gedeeltelijk groot gebracht en opgevoed in het Katholieke jongensinternaat/gesticht Vincentius te Buitenzorg. 
Hij doorliep met goed gevolg (gediplomeerd) de landbouwschool te Soekaboemi
Nadien vond hij als koffie- en rubber-planter een betrekking op de C.O.(Cultuur Onderneming) Trebla Sala, halte Glenmore (dorpje, resorterend onder de kustplaats Banjuwangi) op de zuidelijke helling van de Gunung Raun waar hij ook een onderkomen bezat. 

 Louis James met de zoontjes van broer "Johannes", Harry en Jimmie

Officieel was hij een inwoner van Djember, Kebonsari nr.221, waar zijn gezin woonde , te weten zijn levensgezellin Raden Ajoe Soeratmi en zijn 2 natuurlijke wettige zonen. 
De eerste zoon werd geboren op 24-04-1938 te Djember en werd Johny Hubertus genoemd; de tweede werd ook in Djember geboren op 13-12-1939 en heette Walter Louis.

Sjizoeko Otzobo, de moeder van Louis. Zij stamt uit een Japans adelijk geslacht.

Louis James werd geboren op 15-06-1904 te (Buitenzorg?) uit een Japanse moeder. 
Zijn moeder werd geboren te Saga op het schiereiland in Japan in 1885.
Saga ligt op het zuidelijke Japanse eiland Kumamoto wat zich vrij dicht bij de zuidpunt van Zuidelijk Korea bevindt. 
Saga ligt in de driehoek van steden met o.a. Fukuoka en Kurume
Zij huwde Johannes op nog onbekende datum en plaats. 
In november 1913 verlieten Johannes en Sjizoeko IndiŽ om (volgens familieinfo, Karen BrÝker) naar Japan te gaan. 
In de periode november 1913 en juli 1917 staat Johannes genoteerd bij de burgerlijke stand te Rotterdam als: 'zonder vaste woonplaats in Nederland'
In juli 1917 duikt hij weer op in Rotterdam en een maand later op 17-8-1917 overlijdt Sjizoeko in Rotterdam op 32jarige leeftijd door onbekende oorzaak.
Haar overlijden werd niet door Johannes aangegeven wat van alles kan betekenen, maar Johannes was vermoedelijk niet in de buurt.
Haar zoon Louis is dan inmiddels 13 jaar oud.

De talenkennis van Louis betroffen speciaal Engelsch, Madoereesch en Maleisch. 
Als godsdienst gaf hij op Rooms-Katholiek te zijn, bloedgroep O, 1.62 m lang en droeg een litteken op het voorhoofd. 
Aan de militaire instanties gaf hij op gehuwd te zijn te Djember op 3-12-1931 met de 18jarige Raden Ajoe Soeratmi die aldaar werd geboren op 14-01-1913
Als bewijs voor een huwelijk is in een latere correspondentie van Soeratmi met instanties niets gebleken. 
Ook zijn opgave aangaande zijn natuurlijke moeder kan onmogelijk kloppen daar hij opgaf een zoon te zijn van een zekere Louise Anna Christensen. 
De zwager van zijn vader was wel een 'Christensen', Frederik genaamd.
Het gezin van Louis woonde Kebonsari 221 te Djember. (In 1954 woonde mevr. Anwar-Soeratmi op het adres Kebonsari 178 te Djember)
Zij was nu dus wel gehuwd en wel met Anwar, een Bandjarees.

Naarmate de onrust in Zuidoost-AziŽ toenam moesten de meeste weerbare mannen steeds vaker opkomen bij de zogenaamde Landstorm. 
Louis werd voor het eerst onder de wapenen geroepen bij de militie in januari 1925, voor 10 maanden en kreeg een opleiding bij de Veldartillerie. 
In mei werd hij Mil. Brigadier en in oktober ging hij met Groot Verlof. 
In 1929 ging hij voor 3 weken op herhaling; in 1933 en in 1937 nog eens. 
In 1940 kwam hij voor een periode van 3 x 3 weken op bij de Landstorm III Brigade te Malang en in augustus werd hij bevorderd tot sergeant 2e klasse. 
Op 8-12-1941 werd de situatie serieus en werd hij gemobiliseerd. 
Op 8-03-1942 uiteindelijk krijgsgevangene gemaakt door de Jappen van welke periode van hem geen bijzonderheden bekend zijn. (zie de link in de vorige zin)

Nadat de Japanners werden verslagen is Louis uit krijgsgevangenschap teruggekeerd en opnieuw militair opgeleid maar nu als "KNILLER" om IndiŽ te bevrijden van de Indonesische Nationalisten (Indonesische revolutie). 
Hoe het hem tijdens deze korte periode is vergaan is niet bekend, maar voor krijgsverrichtingen had hij waarschijnlijk slechts 2 maand de tijd. 
3 Maart debarkeerde hij om 2 maand later op 6 mei 1946 te worden geopereerd aan zijn darmen "blindedarm?" in het veldhospitaal te Den Passar, wat viel onder de
Inf XII brigade

Op 10 mei 1946 overleed hij, 4 dagen na de operatie, ten gevolge van complicaties.

Louis diende als 1ste Sergeant (nr.25804) bij "Inf XI.B/L(Bali Lombok)Brigade, II Bataljon, 1e Compagnie" en halverwege zijn periode op Bali bij de 7e Compagnie
In het veldhospitaal viel hij latewr administratief (postadres o.a.) onder het Inf XI bat. I-Cie Soembawa.
Latere militaire correspondentie aangaande zijn overlijden kwam weer van het III-Bataljon 2e Compagnie. 
Het is niet eenvoudig om nu precies te achterhalen bij welke onderdelen hij achtereenvolgens administratief was ondergebracht vanwege de veelvuldige hernieuwde samenstellingen van de verschillende onderdelen. 

 Zij die vielen

Van deze plaats willen wij, officieren en manschappen van den Rooden Olifant een eenvoudige hulde brengen aan degenen onder ons, die het beste gaven wat ze hadden: HUN LEVEN. 
Vol goeden moed en levenslust zijt gij er met uw kameraden op uit getrokken, om niet meer terug te keeren. 
Zelf waart ge mannen van weinig woorden, en daarom zal ook ons woord hier kort zijn:

WIJ ZULLEN U NIET VERGETEN

RUST IN VREDE