Home Pasuruan

   

Genealogie 8-a


Het ereveld Pandu bij Bandung

Het is te hopen dat een later ras
van menschen, dat het zonder strijd kan stellen,
zich nog herinnert hoe het vroeger was
en er zijn kinderen van zal vertellen:

dat er toen helden waren, jong en echt
en grooter levend dan de wereld duldde,
die met hun plicht instonden voor het recht
en dezen plicht tot in den dood vervulden;

dat er toen moeders waren, die het leed
dat zij al hadden nog vermeerderd zagen
met een verlies, zoo onbegrijpelijk en wreed
dat slechts een moeder het zoo fier kon dragen;

dat er toen alom strijd was, en verdriet
om wie zich uit dien strijd niet redden konden;
dat er geen dag voorbijging dat er niet
ergens een mensch in tranen werd gevonden

Menschen van later, als gij eenzaam zijt
en u bedroefd voelt op een stille avond,
denkt dan aan het verdriet van deze tijd
en hoeveel harten toen wel niet zijn gehavend...

H.J. Scheepmaker 
uit:"Het Gedenken"

Overzicht van het ereveld.

7 Maart 1948 
Het was zes jaar geleden, dat de capitulatie van het voormalig Nederlands-Indië in de strijd tegen Japan had plaats gevonden.
Het laatste KNIL-bolwerk, de Tjiaterstelling ten noorden van Bandung, was na hevige strijd gevallen.
Het overmachtige japanse leger, gesteund door zijn luchtmacht, had onze militairen verdreven uit Subang-Kalidjati en tenslotte uit de Tjiaterstelling.
Honderden lieten hierbij het leven; officieren, kader en manschappen. Verspreid over het terrein en overwoekerd door tropische plantengroei lagen de graven en massagraven van Nederlandse soldaten.
Pas in 1947 kon een aanvang worden gemaakt met de opsporing, identificatie en herbegraving.
Inmiddels was hiervoor te Bandung een ereveld aangelegd dat op 7 maart 1948 werd ingewijd.
Centraal tijdens de inwijding stond de herbegrafenis van de laatst gevonden stoffelijke resten van gesneuvelde militairen.
Veertien doodskisten, elk gedekt door de Nederlandse vlag, waarop een helm, een palmtak en een bosje rozen, stonden aan de voet van de vlaggenmast.
De Nederlandse vlag halfstok.
De rij kisten werd geflankeerd door bronzen schalen, gevuld met dennenhout, vermengd met wierook.
Rondom het cirkelvormig vlaggenplateau waren Nederlandse troepen opgesteld; velen hadden meegestreden bij de Tjiaterstelling.
Achter elk grafkruis stond een padvinder.
Tegenover het monument: familieleden, belangstellenden, civiele en militaire autoriteiten.
Na een muzikale inleiding door de Stafmuziek van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) hield de legercommandant, generaal S.H. Spoor, een openingswoord.
Hierna sprak recomba (regerings-commissaris voor bestuursaangelegenheden) R.A.A. Hilman Djajadiningrat een herdenkingsrede waarna een rooms-katholiek en protestantse geestelijke een gebed uitspraken en een moslim priester de doden zegende.
Vervolgens werd het ere-appèl gehouden en defileerde het vuurpeloton langs de kisten met daarachter de dragers.
Deze namen de kisten op en droegen ze naar de graven.
'Worte bevelen volgden, het vuursalvo knalde als één schot, de gedempte galm van 'The Last Post' weerklonk over het ereveld, een escadrille van de Militaire Luchtmacht scheerde over de vlaggenstok en over de kruisen en graftekens. '

Op het verhoogde gedeelte werd het vlaggenmonument geplaatst.
Op de sokkel van de vlaggenmast staat vermeld:
'Ere aan de gevallenen in de strijd voor het herstel van orde, rust en welvaart.
Tjiater Kalidjati Soebang. Depot Bataljon XVe Bataljon Tjihapit Karees 's Lands Opvoedings Gesticht.
Cheribon, Banjoemas, Tjiandjoer, Preanger, Soeka Miskin, Bronbeek." Om het vlaggenmonument heeft men een granieten cirkel met de twaalf tekens van de dierenriem en de symbolische tekens van de vier grote godsdiensten, eik in rood glazuren tegels, uitgevoerd.
In een concentrische buitencirkel, heeft men tegen de opstaande rand op gelijke afstand elf gedenkplaten aangebracht met de namen der gesneuvelden van de Tjiater- en Subangstelling, wier stoffelijke resten hierheen werden gebracht.
Behalve graven van omgekomen KNIL-militairen bevinden zich op dit ereveld ook veel graven van burgerslachtoffers die omkwamen tijdens de Tweede Wereldoorlog of daarna tijdens de zogenaamde bersiapperiode.
Een voorbeeld hiervan is het gedeelte 'Bronbeek' met verzamelgraven van burgerslachtoffers die tijdens de bersiap vielen in de Bandungse wijk Bronbeek.
Van velen kon destijds de identiteit niet meer worden vastgesteld.

In het verlengde van de hoofdingang van het ereveld werd op een stenen plateau het centraal monument aangelegd.
Op dit monument, dat in een waterbassin is geplaatst en rust op tien pilaren, staat de tekst: "Opgericht ter nagedachtenis aan hen die vielen als offer in de strijd om vrijheid en recht.
" Oorspronkelijk bevond zich onder het monument een bronzen vat met een eeuwige vlam.
Zo ontstond een vierledige opbouw van 'stof', 'lucht', 'vuur' en 'water' die de samenstelling van de aarde symboliseerde.
Links van dit monument bevindt zich de tombe van de Onbekende Soldaat met daarop een helm, een bronzen zwaard en een lauwerkrans. Rechts staat de tombe van de Onbekende Burger waarop een bronzen fakkel met lauwerkrans rust.
Tussen beide tomben, in het midden, bevindt zich een stenen zerk met daarop in reliëf een goudkleurige leeuw welke de saamhorigheid symboliseert.


Generaal Spoor

Er bevinden zich nog twee monumenten op dit ereveld.
Links van het vlaggenmonument staat het zogenaamde 'Padalarangmonument' met de namen van vijf slachtoffers.
Het opschrift: "Ter nagedachtenis aan de leden van een gezelschap die ter ontspanning van de troepen te velde voorstellingen verzorgden.
Zij kwamen op 10 februari 1948 te Padalarang met anderen bij een vliegongeval om het leven in een toestel van de Militaire Luchtvaart van het KNIL."

Bandung was de bakermat van het KNIL. Een prominente plaats op het ereveld wordt daarom ingenomen door het fraaie KNIL-monument.
Het monument werd ontworpen door mevrouw Thérèse de Groot-Haider en stelt twee op wacht staande KNIL-militairen voor.
De bamboehoed, klewang en karabijn karakteriseren het uiterlijk van de KNIL-soldaat.
Het is een kopie van het exemplaar dat werd geplaatst bij 'Bronbeek', het Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen, in Arnhem.
Het initiatief voor de plaatsing op het ereveld werd destijds genomen door Hr. Ms. ambassadeur, G.W. Baron de Vos van Steenwijk, in samenwerking met de besturen van de Stichting Herdenking KNIL en de Oorlogsgravenstichting.
Op 15 augustus 1991 werd het monument onthuld.