Home Pasuruan

   

Genealogie 8-1


KORPSGESCHIEDENIS van het Inf.XI Brigade

en uitvoeriger van het Xe Inf. Brigade

GADJAH MERAH

Door R.O. Spangenberg - Utrecht 1994.

INHOUD

Bijlagen 3

BIJLAGE 1: Chronologisch overzicht

18 oktober 1945: Opkomst te Cholburry van de vrijwilligers ex-krijgsgevangenen van het oude K.N.I.L.

1 november 1945: Begin van heropleiding in de moderne oorlogsvoering onder een Britsch instructeur.

31 december: Opleiding beŽindigd; afwachting op nadere orders voor vertrek.

14 februari 1946: Embarkement op de reede van Ban-Seng in het Engelsche transportschip "RAJULA" met bestemming Bali en Lombok.

februari: Te Singapore overgestapt op 't Engelsche transportschip "SAINFOIN".

februari / maart: Ter reede van Soerabaia verbleven.


militairen aan boord van de 'Sainfoin'

2 maart: 2e Compagnie van het IIe Bataljon debarkeert op de reede van Sanoer; de rest blijft aan boord.

3 maart: Debarkement ter reede van Benoa; met volgende dislocatie: Bn.Staf=Stafcie Denpasar / 1e cie Denpasar / 2e cie Koeta vliegveld / 3e cie Gianjar / 4e cie Denpasar / 5e cie Denpasar.

5 maart: 2e cie en 4e cie vertrekken naar Singaradja. De 5e cie naar Tabanan.

17 maart: 1e cie vertrekt naar Negara. Medio maart worden de volgende detachementen betrokken: Pempetan (1 pel. van 2 cie) Penebel, Antosarie 5 cie.

21 maart: Detachement te Batoeriti (2e cie) opgericht.

25 maart: Detachement te Bereteh (2e cie) opgericht.

26 maart: Overgenomen van het Soembawa-bataljon 1e cie. (wordt 6e cie).

4 april: Overgenomen van het Lombok-bataljon (LOUIS) 1e cie. (wordt 7e cie).

2 mei: Detachement Gilimanoek (5e cie) opgericht.

6 mei: Louis wordt geopereerd en overlijdt 10 mei.

11 mei: Detachement Sendang (5e cie) opgericht.

15 mei: De 6e en 7e cie overgegeven aan het IIIe Bataljon B/L Brigade.

17 mei: 5e Cie van Tabanan naar Tjoeloekan-Bawang verplaatst.

31 mei: Commando overgegaan van Majoor C.F. Hazenberg aan Kapt. F.C.G. v.d. POEL.

31 juli: IIe Bataljon wordt ingelijfd bij de "Y"Brigade en krijgt het nummer XI.

2 oktober 1945:
Reorganisatie van het Bataljon

Resumerend: 
James Louis werd opgeleid en ingedeeld bij de B/L-(inf.)Brigade,
het IIe (Lombok)Bataljon 1e Compagnie.
Op 4 april werd de 1e compagnie van het Lombok-bataljon overgenomen en wordt zij het 7e.
Op 15 mei werden de 6e en 7e compagnie overgedragen aan het IIIe bataljon B/L Brigade.
Het IIe Bataljon wordt pas op 31 juli ingelijfd bij de inmiddels opgericht "Y"Brigade(25 juni 1946)en komt dan pas het XI te heten.
Wat Louis dus nog heeft meegemaakt aan opleiding en krijgsverrichtingen vindt plaats bij het IIe (Lombok)Bataljon 1e Compagnie van de B/L-Brigade (Gadjah Merah).
Op 3 maart 1946 werd hij gedebarkeerd te Benoa(Bali) en werd er bivak gemaakt te Negara.
Hij heeft zich vermoedelijk gedurende 2 maanden nog bezig kunnen houden met het "krijgsbedrijf".
Het is een heel gepuzzel, daar op elk stukje archief weer andere gegevens staan betreffende zijn onderdeel waartoe hij behoort zou kunnen hebben.
Het veldhospitaal viel bijv onder het XII, en een maand later kwam correspondentie van het III bataljon van de B/L-Brig. waaronder de 7e compagnie inmiddels viel.

Inleiding geschiedenis van de latere zogenoemde XI Brigade:
Onder drang der omstandigheden werden in october 1945 te Siam 3 bataljons geformeerd, bestaande uit vrijwillig aangemelde en goedgekeurde ex-krijgsgevangenen afkomstig van het oude KNIL, welke bataljons zouden behoren tot het 1e Java-Echelon.
Deze bataljons waren gelegerd respectievelijk:
1e + 3e bataljon in het voormalige ex-krijgsgevangenkamp te Tamuan;
2e bataljon te Cholbury.
In de zgn trainingskampen van de 3 bedoelde bataljons was gedetacheerd een hoofdofficier van het Britsche leger - als hoofdinstructeur - met een kleine afdeeling Britsch-Indische militairen, dat bestemd was op te treden als demonstratie afdeeling.

Samenstelling en oefenperiode:
Door de te Bangkok aanwezige staf van het 1e Java-echelon bestaande uit Lt.Kol.Gen.Staf van Gulik, de majoor G.St.B.A. van Gulik en andere officieren was een organisatorische lijst samengesteld betreffende personeel, materieel en bewapening van de verschillende bataljons.
Medio october 1945 kwamen de vrijwilligers van het 2e bataljon te Cholbury aan, waarna onmiddelijk begonnen werd met indeeling, herkeuring, bewapening en kleeding, zoodat eind october met de training kon worden begonnen.
Het 2e bataljon onder commando van den Majoor Inf. K.N.C.F. Hazenberg bestond, behalve uit de bataljonsstaf, uit 5 tirailleurcompagnien + 1 administratie-compagnie (stafcie).
Na drie maanden van intensieve opleiding kwam de officieele mededeeling, dat de 3 incomplete bataljons van het 1e Java-echelon, zouden worden geformeerd to 2 bataljons voor de B/L-Brigade.

Vertrek uit Siam:
Medio februari 1946 werd op de reede van Bang-Seng ingescheept in het Engelsche troepentransportschip "RAJULA" waarmede ook het 1e bataljon uit Tamuan vervoerd werd.
Te Singapore werd verscheept op 2 andere Engelsche transportschepen "ROCKSAND"
 en sistership van de "SAINFOIN" vergezeld van de L.S.T.'s

History of ship Rocksand:
Laid down as CAPE ARGOS, completed as - 1944
1944 EMPIRE ANVIL, MOWT managed by Furness Withy & Co.
1944 ROCKSAND, Royal Navy.
1946 EMPIRE ANVIL, MOWT managed by Furness Withy & Co.
1947 United States Maritime Commission.
1948 CAPE ARGOS, Same owner.
1948 To be sold to China and renamed HAI YA, sale postponed.
1950 EMPIRE ANVIL, U.S.Maritime Commission, laid up in James River, Va.
1960 HAI YA, China Merchants S.N.Co, Taiwan
1973 FU MING, Yangming Marine Transport, Taiwan.
1974 Scrapped Keelung.

L.S.T.'s 3010, 3020 en 3052, waarbij het 2e bataljon aan boord ging van de "SAINFOIN".
Na eenige dagen op de reede van Soerabaia te hebben gelegen, werden op
2 maart 1946 ter reede van Sanoer(eiland Bali) de staf van B/L-Brigade alsmede het 1e bataljon + een compagnie van het 2e bataljon gedebarkeerd.

Aankomst te Bali:
Op 3 maart 1946 debarkeerde het IIe bataljon te Benoa, waarbij de volgende dislocatie van het bataljon plaats vond.
BnStaf + stafcie - te Denpassar /
1e compagnie - te Negara /
2e en 4e cie - te Denpassar /
3e cie - te Gianjar /
5e cie - te Tabanan.
De 5e maart vertrokken de 2e en 4e cie naar Singaradja.

Verdere verrichtingen:
Afhankelijk van het verloop van de krijgsverrichtingen werden gedurende de Bali-periode de volgende detachementen betrokken:
2e cie: Pempetan, Batoeri en Bereteh /
3e cie: Blahkioe en Selat /
4e cie: Tandj.Koela, Sererit, Kintamanie en Sangsit. /
5e cie: Penebel en Gilimanoek, Tjoeloekan-Bawang, Sedang.

Samenstelling van het (latere) InfXI:
Bij Commandementsorder van den troepencommandant van de B/L-Brigade ddo. Denpasar 25 juni 1946 nr.149 werd mededeeling gedaan betreffende de oprichting van de "Y"Brigade, waarbij deze Brigade zou bestaan uit 2 Siam bataljons.
Het 2e bataljon zou het nieuwe nummer XI krijgen terwijl het nummeriek incompleet zou worden aangevuld met 2 inheemse compagnieen. enz. enz.

UITVOERIG VERSLAG DER PERIODEN van de Xe Inf.Brigade welke qua beleving en inhoud niet wezenlijk verschillen met die van de XIe Brigade:

ALGEMEEN:
Direct na de capitulatie van Japan, gedreven door het verlangen te helpen bij de wederopbouw van Ned.Indie, werd in Siam begonnen aan de organisatie van zgn. fitte bataljons.
Hierin werden opgenomen de middels provisorische Medische Keuringen, gezond verklaarde mannen tot een leeftijd van 30 jaar.
Deze leeftijdsgrens werd later gesteld op 40 jaar.
Waar uitsluitend kon worden gelet op psychische en physieke geschiktheid, was de samenstelling der te vormen Bataljons, wel zeer merkwaardig.
Alle wapens en diensten waren vertegenwoordigd, beroeps- dienstplichtig- en res. personeel/ geoefend en ongeoefend, Stads- en Landwacht, kortom een ieder die fit was, onverschillig zijn militaire opleiding, deed mee.
"Gezien de bijzondere zware jaren, als krijgsgevangenen in Burma en Siam doorgebracht, wel een prachtige demonstratie van ongebroken geestkracht."

19 oktober 1945 werd begonnen met de intensieve Mil. training van het Ie Bataljon, onder leiding van Maj. J.W. van MARLE.
Als Mil. adviseur trad op Maj. Hearn, Staff Major van een Britsch-Indische Brigade. Deze datum is te beschouwen als de dag van oprichting van het Bataljon; hieruit is het huidige Xde Bataljon voortgekomen.
Bij de training werd in het begin veel last ondervonden van allerlei moeilijkheden. De bewapening was Japansch.
Kleeding was in onvoldoende mate aanwezig.
De meesten hadden slechts 1 uniform, velen geen schoenen en vaak werd door dezen aan de training barrevoets, of op klompen deelgenomen.
Het moreel was, ondanks deze moeilijkheden en de over het algemeen zeer slechte berichten, die de troep "van huis" ontving, zeer hoog en het enthousiasme zeer groot.
Tot tweemaal toe werd een telegram ontvangen, dat Hollandsche troepen mochten worden ingezet op Java, beide keeren werd dit door de SEAC herroepen.
Ook dit feit viel de bataljons, die zich tot ideaal gesteld hadden op Java rust en orde te brenegen, zeer zwaar.
Begin november werd het Bataljon bewapend, als een Engelsch "Light Infantry Battallion".
Door de zware training was het inmiddels zeer groot geworden, zodat het een noodzakelijkheid werd, het IIIe Bataljon geheel op te lossen in een Eerste en Tweede bataljon.
Dit gebeurde medio januari 1946.
Hierna werd met spoed gewerkt aan de vervollediging van de uitrusting, hetgeen eind januari geschied was.
Tegen die tijd was het tevens bekend bij het Ie en IIe Bataljon, dat zij wel naar Ned.-Indie, doch niet naar Java zouden gaan.
De beide Bataljons vormden samen de B(ali) L(ombok) Brigade onder Commando van de LtKol van den Generale Staf KNIL F.H. Termeulen.
Even voor het vertrek van Tamuan, werd Maj. van Marle telegrafisch naar Java opgeroepen en Maj. van BEEK, oorspronkelijk commandant van het 3e Bataljon, aangewezen als Commandant Inf I.

volgende pagina