Home Pasuruan

   

   Genealogie 7


De levensgeschiedenis van Jacoba Johanna Eijsbroek, de jongere zus van Johannes R. H. Eijsbroek

Johanna Jacoba Eijsbroek 

Jacoba werd op 24-1-1872 te Rotterdam geboren als het 8e kind van Pieter Eijsbroek en Johanna Jacoba van Cuijlenburgh. 
Tot 1882 was zij de jongste van het drietal: Johanna, Johannes en Jacoba. 
Jacoba duikt voor het eerst op in de familiegeschiedenis door toedoen van Angenita Housheer die zich een mejuffrouw Eijsbroek wist te herinneren, een tante van haar moeder, die met een Christensen gehuwd was en een horeca-gelegenheid exploiteerde in de gemeente Stolwijk.

Frederik Christensen met dochtertje Maria omstreeks 1905 naast de ingang van het pand. Op het bord boven de ingang stond vermeld: "Kinderspeelplaats en Uitstekende gelegenheid voor kinderpartijtjes, Stalhouderij en uitspanning, Alle Verversingen, Eerste Kwaliteit, Bewaarplaats voor rijwielen en Automobielen, Telephone".

Marguerite Eijsbroek, een Indische nazaat van broer Johannes Eijsbroek bij het nog bestaande pand

Pieter de vader van Jacoba heeft in de toenmalige gemeente 2 x ingeschreven gestaan en is daar zelfs overleden.
Naspeuringen in Schoonhoven, de tegenwoordige hoofdplaats van een aantal samengevoegde gemeenten in de Krimpenerwaard, hebben dit uitgewezen.
Een wandeling over het plaatselijk kerkhof in het dorp Stolwijk eindigde in het kantoortje van de gemeentelijke beheerder.
Deze gaf een adres van een lid van de Historische Vereniging van Stolwijk dhr. P. Anker (een naam die daar heel veel voorkomt)
Deze wist te vertellen dat er vroeger een bekende horeca-gelegenheid bestond met dhr. Frederik Christensen als uitbater in Stolwijkersluis. 
Het is nog steeds een gehuchtje ten zuiden van Gouda aan de zuidkant van de Hollandse IJssel op een toenmalig kruispunt waar de hoofdweg en poldervaart vanuit Stolwijk samen uitkwamen bij de Gouderakse dijk die langs de Hollandse IJssel loopt. 
De Brugweg loopt vanaf het pand nr.1 in de richting van de toenmalige brug over de Hollandse IJssel naar Gouda. 
Er was zelfs een  tram/treinverbinding Gouda-Schoonhoven die ook een halte had bij Stolwijkersluis!
Het betreffende voormalige horecapand pand blijkt nog te bestaan maar in een vervallen staat.
Er is nu een bandenbedrijf in gevestigd. (zie foto hierboven)

De weg in verleden en heden in Stolwijkersluis vanuit Stolwijk uitkomend bij de Gouderakse dijk en het cafe. Het tweede huis van links staat er nog, de poldervaart rechts is gedempt en daar staan nu huisjes die ook al op leeftijd zijn (vanwege de bomen is de foto van 'verder weg' genomen)

(De Krimpenerwaard, als streek, is een bezoek meer dan waard!).
Zie ook de homepage van Nieko Jongerius:   http://www.xs4all.nl/~nieko/ 

Stolwijkersluis was ook halteplaats voor de lijn Gouda-Schoonhoven 

Uit het archief wist dhr Anker nog drie prachtige ansichtkaarten op te diepen van het voormalige ANWBondscafe-annex restaurant en de omgeving van het gehuchtje. 
Hij was zo vriendelijk deze te kopiëren ten behoeve van het familieonderzoek.

             

Jacoba Eijsbroek staat in de deuropening, de drie meisjes in hun witte overgooiertjes zijn haar dochtertjes Maria, Johanna en Karen Christensen De grotere jongen links poseert ook op de foto bij de stoomoliemolen (in dezelfde houding).

Jacoba trouwt 23-8-1894 vanuit haar ouderlijk huis in Utrecht. 
Haar eerste dochter Johanna Jacoba wordt geboren te Rotterdam op 19-6-1895
Moeder Jacoba is dan 23 jaar. 
Na 1895 verhuist zij met haar Frederik naar de Gemeente Stolwijk waar op 27-7-1896 haar 2e kind, dochter Karen Konradina wordt geboren. 
Karen wordt gevolgd op 7-12-1897 door nog een zusje, Maria Hendrika
Dit zijn de 'naar overlevering' zogenaamde "mooie meiden" van Stolwijkersluis geworden.

De geboorteaangifte van  Maria Hendrika luidt als volgt:
In het jaar achttien honderd zeven en negentig den zevenden der maand december is voor ons ondergeteekende Jan Cornelis Kroon, ambetenaar van den Burgerlijken Stand der Gemeente STOLWIJK, verschenen: Frederik Christensen, oud veertig jaren, van beroep herbergier, wonende alhier in wijk H nommer elf, Welke ons heeft verklaard, dat op dinsdag, den zevenden der maand december van het jaar achttien honderd zeven en negentig des voormiddags ten vijf en een half ure, ten huize van hem comparant is geboren een kind van het vrouwelijk geslacht, uit zijne huisvrouw Jacoba Johanna Eijsbroek, welk kind zal genaamd worden Maria Hendrika. De gemelde verklaring is geschied in tegenwoordigheid van Paulus Stoppelenburg, oud een en veertig jaren, van beroep herbergier wonende in deze gemeente, in wijk A nommer zes en negentig en van Dirk Kroon, oud dertig jaren, van beroep zonder, wonende in deze gemeente in wijk A nommer vijf en negentig. En is deze akte
enz. enz.

De Brugweg (nr.1) richting de Hollandsche IJssel

Vader Frederik Christensen werd geboren in 1858 in Aarhuus te Denemarken en was daar ook woonachtig voordat hij Jacoba huwde. 
Hij was toen 36 jaar en voer als eerste officier op een stoomschip. 
Getuigen bij zijn huwelijk zijn o.a. de zwager van de vader (Pieter Eijsbroek) van de bruid, Dirk Reinier van Cuijlenburgh en de zwager van de bruid, Jacobus Hardebol
(
intussen fortificatie-opzichter bij de marine).

De drie dochters Christensen


nr.3:  Maria Hendrika Christensen

De jongste dochter Maria (genoemd naar haar jonge tante) gaat  16 jaar oud op 6-12-1913 het eerst uit huis. 
Zij laat zich uitschrijven naar Ooltgensplaat (Zeeland) om na een paar maanden al weer (6-3-1914) op het ouderlijk honk terug te keren. 
Anderhalf jaar later op 15-4-1915 vertrekt ze opnieuw, nu naar Gouda (aan de overkant van de Hollandse IJssel) en dus bijna naast de deur.
Dan huwt ze op een zeker moment Andreas Maria Backers.
Zij krijgen 1 zoon, Frits
Onder invloed van verkeerde denkbeelden van beide ouders vóór en tijdens de Duitse bezetting, gaat Frits in Duitse dienst en sneuvelt daarna tijdens de Duitse veldtocht in Rusland. 


Op de foto hierboven loopt de verbinding met de Hollandse IJssel onder de weg door (het muurtje waarop de zusjes zitten) vanuit de polder. Jacoba kijkt naar de molen maar staat in feite nu al op wacht gezien de belangstelling van het knaapje.
            
Kleurfoto onder:  

zicht op het pand vanuit het Westen vanaf de Gouderakse dijk. 
Een waterverbinding vanaf de Hollandse IJssel loopt tot aan het pand maar is de laatste 50 meter totaal dichtgeslipt (waar nu links de wilgen groeien).


nr. 2: Karen Konradine Christensen

Dochter Karen Konradina huwde de bouwkundig ingenieur Eduard H. de Roo.  
Nadat in Nederland hun oudste kind en enige zoon 'Jan' werd geboren, vertrokken zij gedrieën naar Oost Indië om in Bandoeng te gaan wonen. 
In Indië werd in Bandoeng hun tweede kindje geboren, ditmaal een dochter en (alweer wordt Jacoba vernoemd) ze gaat heten: Jacoba Johanna (Coby). 
Later gaat broer Jan terug naar Nederland om op de KMA in Breda voor officier te studeren. 
Wanneer de oorlog uitbreekt weet broer Jan bijtijds te vluchten en als 'Engelandvaarder' bereikt hij de overkant van het Kanaal. 
Moeder Karen en vader Eduard worden later door de Japanners gevangen genomen. 
Karen overleefde de ontberingen van het kamp niet.
Vader Eduard overleed in Singapore aan de gevolgen van de brute behandeling door de Japanners. 
Coby overleefde de oorlogs- en kampontberingen wel. 
Na de capitulatie van de Japanners kwam broer Jan vanuit Australië haar zoeken en vond zijn zus terug in het kamp Tjideng bij Batavia.
Coby
(Jacoba) is zeer getraumatiseerd gebleven en woonde laatstelijk in Den Haag.

  Stoomoliemolen 'de Nijverheid' in Stolwijkersluis, het muurtje loopt naar de weg die langs het cafe loopt

Foto volgt

Dochter Johanna Jacoba Christensen trouwt te Gouda op 31 maart 1915 met Jacob Brøker.
Zij vertrekt vanuit Stolwijk per
24-1-1916 op 20-jarige leeftijd naar Utrecht waarna zij te Gouda op 30 maart 1916 van een dochtertje bevalt, Margaretha Frederika Jacoba.
Johanna Jacoba strijkt weer neer in de gemeente Stolwijk op
21 juli 1917
Dan vertrekt ze opnieuw op 21-6-1919, nu naar 's Gravenhage.  
Daar wordt zij pas ingeschreven op 13 oktober 1924
Zij is dan afkomstig van L
eiden waar zij op 1 oktober 1924 werd uitgeschreven.  
Zij is dan nog steeds gehuwd met Jacob (Jaap) Brøker, een graanhandelaar van gereformeerde huize.
Een 2e dochtertje Karen Konradine
(genoemd naar haar tante) wordt geboren op 9 maart 1925 te Den Haag
Dan in 1932 treft het gezin een vreselijke slag want de 16 jarige oudste dochter 'Tudy 'overlijdt aan TBC en complicaties. 
Moeder Johanna Jacoba Brøker-Christensen overlijdt op 17-2-1961 te Den Haag en in 1966 overlijdt haar man Jaap. 
Dochter Karen woonde laatstelijk noch in den Haag in een verzorgingsflat.

Gouderakse dijk gezien naar het Westen met
het voormalige ANWBondscafe

Terug nu in de tijd: 
Grootvader Pieter Eijsbroek, inmiddels (sinds 1903) weduwnaar geworden, komt nu ook maar in de buurt van zijn dochter Jacoba in Stolwijk wonen. 
Zijn oudste dochter was intussen al met haar Hardebol in Hoek van Holland gaan wonen en zijn enige zoon Johannes woonde in Nederlandsch-Indië en zal hem drie keer opa maken van drie kleinzonen die hij nooit in levende lijve heeft mogen aanschouwen!
Zijn jongste dochter Maria Hendrika die eerst naar 's Gravenzande was verhuisd komt nu ook in Stolwijk wonen, vermoedelijk om voor haar bejaarde vader te zorgen want ook zij stond ingeschreven op hetzelfde adres in de gemeente Stolwijk.
In 1906 laat Pieter zich (inmiddels 76) weer uitschrijven, en keert terug naar zijn geboorteplaats Rotterdam

Nu een bandenbedrijf

In 1911 keert grootvader Pieter weer terug in de gemeente Stolwijk en in augustus 1916 overlijdt hij (in maart werd hij nog over-grootvader). 
Twee jaar later in 1918 vertrekt uiteindelijk ook zijn dochter Maria Hendrika naar Rotterdam.
Misschien om bij haar broer Johannes te zijn die intussen per december verblijft in het zeemanshuis aan de Calandstraat en mogelijk omdat de gezondheid van haar broer te wensen overlaat? 


Achter van links naar rechts: Johannes, Maria Hendrika Eijsbroek, Jaap BrØker, Henk de Roo, Karin Christensen-De Roo, broer de Roo, Marietje  Christensen-Backers.
Vooraan: Annie Christensen-BrØker, opa Frederik Cristensen, oma Coba-Christensen-Eijsbroek, Andreas Backers. (Portret meest waarschijnlijk te Stolwijkersluis gemaak en zeker in de zomer van 1918!)

Echter, een maand na die datum in januari van het jaar 1919 keert ze al weer terug in de gemeente Stolwijk.
Vier maanden later in april overlijdt haar broer Johannes Reinhardt Hubertus.

In Stolwijk gaat het inmiddels ook niet goed met Frederik Christensen.  
Hij overlijdt op
14-2-1920 in de gemeente Stolwijk aan de nasleep van een treinongeval hem overkomen op 10 mei 1917 op het baanvak Gouda-Schoonhoven. 
Hij werd met paard en wagen aangereden door de stoomtram.
Een verslag van dit ongeluk volgt later, maar van de pers (Karen Brøker) werden inmiddels twee foto's ontvangen.

  

Het blijkt nu een aflopende zaak te worden met de familie Christensen-Eijsbroek in Stolwijk.
Na nog een aantal jaren in Stolwijk gewoond te hebben vertrekt
Maria Hendrika  Eijsbroek (hier links op de foto) op 3-9-1925 definitief uit de gemeente en vestigt zich in Utrecht waar ze in 1939 komt te overlijden. 
Zij is nog steeds de onbekendste van het drietal zussen en broer Eijsbroek.

 

Jacoba Johanna Christensen-Eijsbroek (inmiddels weduwe) vestigt zich op 22-10-1925 in Den Haag alwaar ze op 15 mei 1940 komt te overlijden.
Jacoba
heeft het, nadat ze weduwe werd, erg zwaar gehad want volgens haar kleindochter is ze door gewetenloze lieden vrijwel volledig van haar bezit(erfenis) 'beroofd' door haar vertrouwen in 'zaken' te schenden. 

 

Jacoba met haar toen enige 2 kleinkinderen in Den haag omstreeks 1925 op ongeveer 53jarige leeftijd. Margaretha Frederika Jacoba (Tudy) Brøker die overleed aan TBC op 16jarige leeftijd en Frits Backers die als vrijwilliger dienst nam in de oorlog en  sneuvelde aan het Oostfront.